Selecteer een pagina

Logopedie bij afwijkende mondgewoonten

Met afwijkende mondgewoonten bedoelen we gewoontehandelingen of bewegingen die negatief zijn voor de gebitsstand, het spreken, het gehoor en de gezondheid.

Hierbij kunt u denken aan bijvoorbeeld duim- en vingerzuigen, het zuigen op een speen, afwijkend slikken en kauwen en habitueel mondademen. Ook nagelbijten en foutieve lip- en tonggewoonten horen bij afwijkende mondgewoonten. We leggen dit graag nog wat nader uit.

Duim- en vingerzuigen of speenzuigen

Baby’s en peuters hebben een grote zuigbehoefte. Het sabbelen op hun duim, vinger of speen geeft hun een veilig, comfortabel gevoel. Als kinderen ouder worden, wordt dit zuigen een vervelende gewoonte.

Hierdoor kan de vorm van het gehemelte veranderen en kunnen de tanden scheef gaan staan. Kinderen die veelvuldig duim- of vingerzuigen hebben meer kans op een slappe mondmotoriek. Die kan afwijkend slikgedrag veroorzaken. Het is daarom belangrijk dat duim- of vingerzuigen al op jonge leeftijd wordt afgeleerd. Dat geldt uiteraard ook voor spenen.

Hoe leer je duimzuigen af?

Het is belangrijk om duimzuigen zo snel mogelijk af te leren. Vertel uw kind waarom het beter is om niet op de duim te zuigen en bespreek welke beloning er tegenover staat. Hang een vel papier op waarop het kind steeds een sticker mag plakken als het overdag of ’s nachts niet geduimd heeft. Bekijk ook de situatie waarin het kind het meest duimt.

Het kan helpen die te veranderen en het patroon te doorbreken. Soms helpt het om de eerste dagen pleisters op de duimen te plakken als reminder. Zijn de pleisters niet meer nodig? Dan is het tijd voor een beloning. Let er wel op dat het duimzuigen er toch niet weer insluipt en grijp dan op tijd in.

afwijkende mondgewoonten

Afwijkend slikgedrag

Met afwijkend slikken wordt bedoeld dat iemand slikt met de tong laag in de mond. Soms ontstaat dit slikgedrag door mondademen, maar dat is lang niet altijd het geval. Tijdens het slikken duwt de tong hard tegen de tanden, waardoor deze scheef kunnen komen te staan. Bij het spreken kan de tong ook tussen de tanden komen, waardoor er slissend gesproken wordt.

Wanneer wordt afwijkend slikgedrag behandeld?

Afwijkend slikgedrag bij kinderen wordt voor of na het wisselen van de voortanden behandeld. Tijdens het wisselen kan er niet goed getraind worden. Daarvoor zijn de voortanden echt nodig. De logopedist bekijkt wat voor uw kind het beste is en zal de behandeling daarop afstemmen.

Habitueel mondademen

Habitueel mondademen betekent dat er niet door de neus, maar door de mond geademd wordt. De lippen worden ook in rust niet gesloten. Habitueel mondademen ontstaat vaak als er een tijdlang door de mond geademd is vanwege een vernauwing in de neus. Die heeft meestal te maken met een allergie of verkoudheid. Zodra de neus weer open is, is de gewoonte om door de mond te ademen zo ingesleten, dat die blijft voortbestaan.

Wat zijn de gevolgen van mondademen?

Als er bijna niet meer door de neus geademd wordt, worden de mondspieren slapper. Daarnaast wordt de mond droger en wordt er minder vaak geslikt. Bij het slikken wordt de buis van Eustachius geopend. Dat is de verbinding tussen de neus en het oor. Als deze buis te weinig opengaat, is er een grotere kans op oorontsteking en andere gezondheidsklachten.

Wat doet een logopedist?

Een logopedist kan afwijkende mondgewoonten behandelen. Als jonge kinderen een mondademhaling hebben, is het belangrijk dit probleem tijdig te behandelen. De logopedist richt zich daarbij met name op het sluiten van de lippen en het versterken van de mondspieren. Door middel van gerichte oefeningen worden ook de spieren van de lippen en tong getraind.

Oefenen van de neusademhaling

Tijdens de behandeling van afwijkende mondgewoonten wordt de aandacht gericht op het ademen door de neus. Hiervoor heeft de logopedist bepaalde oefeningen, die ook thuis gedaan kunnen worden. De positie van de tong wordt ook getraind, evenals de articulatie.

Oromyofuctionele therapie

Om de spieren van de mond te versterken, kan de logopedist gebruik maken van oromyofunctionele therapie (OMFT). Hierdoor verbetert de stand van de kaken en het gebit. Daarom is OMFT een goede therapie ter voorbereiding op een behandeling bij de orthodontist. De orthodontist werkt aan de vorm van de mond, de logopedist behandelt juist de functies ervan, met name van de lippen en tong.

Signaleert u afwijkende mondgewoonten of gewoontehandelingen of bewegingen die negatief zijn voor de gebitsstand, het spreken, het gehoor en de gezondheid, neem dan contact op met uw logopedist.

Meer over logopedie vindt u hier! of bezoek logopedie.nl over dit thema.